Tweede Kamerverkiezingen 2025: wat zeggen de partijen over Wonen?
Voor veel kiezers is wonen hét onderwerp van de verkiezingen. Maar welke oplossingen dragen de verschillende partijen aan?
Op woensdag 29 oktober 2025, gaat Nederland naar de stembus voor de Tweede Kamerverkiezingen. Voor miljoenen Nederlanders is wonen hét verkiezingsthema - en terecht. De woningnood blijft groot: het tekort bedraagt zo’n 400.000 woningen en voor starters, studenten en gezinnen is een betaalbare plek vinden vaak een kwestie van geluk.
Bij Hospi Housing zien we dagelijks de gevolgen van dit tekort. Wij volgen beleidsontwikkelingen nauwgezet en leveren actief input bij overheden en partijen, onder meer over innovatieve woonvormen, hospitaverhuur en doorstroming. De komende maanden - richting de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 - blijven we dat doen. Maar eerst: wat valt er deze verkiezingen te kiezen op het gebied van wonen?
Overheid of markt: wie moet het oplossen?
Alle partijen erkennen dat er meer woningen moeten komen, maar ze verschillen fundamenteel in hun visie wie de regie moet nemen.
- VVD, BBB en JA21 vinden dat de overheid de markt te veel heeft belemmerd. Zij willen minder regels en meer ruimte voor particuliere beleggers om te bouwen en te verhuren. De huurprijsregulering van oud-minister Hugo de Jonge (CDA) mag wat hen betreft worden afgeschaft. Ook willen ze lagere belastingen voor woningbeleggers en soepelere eisen bij nieuwbouwprojecten. Hun redenering: hoe minder beperkingen, hoe sneller de bouwproductie op gang komt.
- GroenLinks-PvdA, D66 en CDA zien juist doorgeschoten marktwerking als oorzaak van de wooncrisis. Zij pleiten voor een sterkere rol van de overheid en woningcorporaties. Corporaties moeten niet alleen sociale huur, maar ook middenhuur en betaalbare koopwoningen kunnen bouwen. Zo kan er voor een bredere groep weer perspectief ontstaan.
- Vooral SP en GroenLinks-PvdA willen de positie van corporaties structureel versterken, bijvoorbeeld door belastingvoordelen en een groter bouwmandaat.
De keuze tussen markt of overheid is daarmee een keuze voor de richting van het woonbeleid de komende jaren.

Huur of koop: waar ligt de prioriteit?
De woningcrisis raakt zowel huurders als kopers, maar partijen verschillen in welke groep ze willen helpen.
- GroenLinks-PvdA, D66 en PVV willen de sociale huursector flink uitbreiden. Zij stellen voor dat twee derde van de Nederlanders in aanmerking komt voor een sociale huurwoning, onder andere door de inkomensgrens te verhogen. Dit zou woningcorporaties meer slagkracht geven om betaalbaar te bouwen voor een bredere doelgroep.
- VVD, BBB en JA21 leggen juist de nadruk op eigenwoningbezit. De VVD noemt het behoud van de hypotheekrenteaftrek een breekpunt en wil speciale startershypotheken en zelfs een ‘kooprecht’ voor huurders invoeren. Hun gedachte: wie een huis bezit, bouwt vermogen op en zorgt beter voor zijn woning.
- CDA en SP kiezen een middenweg: ze willen de huurmarkt versterken én het kopen van een eerste woning makkelijker maken.
Voor kiezers draait het hier om een principiële keuze: moet wonen vooral een recht zijn, of ook een vorm van bezit?
Waar bouwen: binnenstad of buitengebied?
Een andere grote vraag is waar die nieuwe woningen moeten komen. Vrijwel alle partijen zijn het erover eens dat de bouwproductie omhoog moet, maar de locatiekeuze verdeelt hen.
- Waar vroeger alleen rechtse partijen voor bouwen buiten de stad waren, is dat nu breder geaccepteerd. Zelfs D66 en GroenLinks-PvdA pleiten voor grootschalige uitbreidingswijken of zelfs nieuwe steden.
- BBB wil geen woningbouw op landbouwgrond, en de Partij voor de Dieren niet in natuurgebieden.
- Tegelijk willen PVV, JA21 en BBB soepelere stikstofregels, zodat sneller gebouwd kan worden.
- GroenLinks-PvdA, D66 en CDA kiezen juist voor strengere normen en een grondbank om grondspeculatie te voorkomen en betaalbare bouwgrond veilig te stellen.
Eén punt van overeenstemming is er wél: de regeldruk rond vergunningen moet omlaag. Minder procedures, snellere doorlooptijden en minder bezwaarstappen - daar lijkt een Kamermeerderheid voor te zijn.

Overeenkomsten: iedereen wil versnellen
Ondanks de ideologische verschillen valt op dat bijna alle partijen meer vaart willen maken met woningbouw.
- De doelstelling van 100.000 nieuwe woningen per jaar blijft overeind, en veel partijen willen daar extra geld voor vrijmaken.
- Beter benutten van bestaande woningen - via splitsen, optoppen of delen - wordt breed gesteund (en daar zijn wij bij Hospi Housing natuurlijk erg blij mee!).
- En hoewel de meningen verschillen over duurzaamheid en stikstof, is de overtuiging breed dat regels eenvoudiger moeten om sneller te kunnen bouwen.
Kortom: er is politieke wil om te bouwen, maar de weg ernaartoe verschilt sterk.
Wat betekent dit voor jou als host?
Bij Hospi Housing weten we dat elke woning telt - groot of klein, tijdelijk of permanent. Oplossingen als kamersplitsing, optoppen en hospitaverhuur kunnen snel extra woonruimte opleveren, zeker voor studenten en starters.
Het is daarom belangrijk dat beleid ruimte laat voor creatieve woonvormen, maar tegelijk de betaalbaarheid en leefbaarheid bewaakt. Of de komende regering nu kiest voor markt, overheid of een combinatie van beide: zonder samenwerking, regie en realisme blijft de woningnood bestaan.
Stemmen over wonen
De keuzes die morgen worden gemaakt, bepalen hoe Nederland de woningcrisis te lijf gaat - met meer markt of meer regie, meer huur of meer koop, binnen of buiten de stad. Hospi Housing blijft de ontwikkelingen volgen en waar mogelijk bijdragen aan oplossingen die écht werken.
Dan rest ons te zeggen: ga morgen stemmen, en stem met kennis van de plannen. Want wie je kiest, bepaalt straks hoe en waar we in Nederland wonen.