Studentenhuisvesting in 2026: bijna 5.000 nieuwe woonplekken, maar tekort blijft groot

De studentenwoningmarkt blijft krap. De nieuwe Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2026 toont bijna 5.000 nieuwe woonplekken, maar nog altijd een tekort van circa 20.200 studentenwoningen.

Kences heeft de nieuwe Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2026 gepubliceerd. De jaarlijkse monitor geeft een uitgebreid beeld van de studentenwoningmarkt in Nederland: hoeveel studenten er zijn, hoeveel studenten uitwonend zijn, wat zij betalen voor hun woning en hoe groot het tekort aan studentenhuisvesting is.

De cijfers laten een gemengd beeld zien. Er worden volop nieuwe studentenwoningen gebouwd en het landelijke tekort neemt iets af. Tegelijkertijd zijn er nog altijd ongeveer 20.200 woonplekken voor studenten te weinig. Ook betaalbaarheid blijft voor veel studenten een belangrijke reden om thuis te blijven wonen.

Bijna 5.000 nieuwe woonplekken voor studenten

Een van de positieve ontwikkelingen is de bouw van nieuwe studentenwoningen. In het afgelopen jaar zijn in de studiesteden en omliggende gemeenten bijna 5.000 nieuwe woonplekken voor mbo-, hbo- en wo-studenten gerealiseerd.

Sinds de start van het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting in 2022 worden jaarlijks ongeveer 5.000 nieuwe studentenwoningen gerealiseerd. Binnen dat actieplan is afgesproken om tussen 2022 en 2030 in totaal 60.000 extra betaalbare studentenwoningen te realiseren.

Ook voor de komende jaren staan nieuwe woningen gepland. In de 19 belangrijkste studiesteden zijn inmiddels definitieve plannen voor ruim 17.100 extra studentenwoningen tussen 2026 en 2034.

Tekort daalt, maar blijft met 20.200 woningen groot

Ondanks de nieuwbouw blijft de druk op de studentenwoningmarkt hoog. De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting schat het huidige tekort op ongeveer 20.200 studentenwoningen.

Dat zijn ongeveer 1.300 woningen minder dan een jaar eerder. De ontwikkeling gaat daarmee voorzichtig de goede kant op, maar het tekort blijft aanzienlijk.

Dat het tekort afneemt, komt volgens het Rijk niet alleen door nieuwbouw. Ook het aantal studenten neemt af, er zijn minder studenten die uitwonend willen worden en de instroom van internationale studenten is gedaald.

Het aantal studenten neemt de komende jaren af

De monitor verwacht voor zowel mbo, hbo als wo een daling van het aantal studenten. In studiejaar 2025-2026 zijn er ongeveer 466.800 mbo-studenten. Naar verwachting zijn dat er in 2030-2031 circa 462.300. Het aantal hbo-studenten daalt volgens de prognose in dezelfde periode van 382.200 naar 363.000, terwijl het aantal wo-studenten afneemt van 329.800 naar ongeveer 307.000.

Daarmee zal ook de totale vraag naar studentenhuisvesting naar verwachting iets afnemen. Tegelijkertijd verschillen de ontwikkelingen sterk per stad. In populaire studentensteden blijft het vinden van betaalbare woonruimte een grote uitdaging.

Meer dan de helft van de hbo- en wo-studenten woont uitwonend

Van alle mbo-studenten woont momenteel ongeveer 18% uitwonend. Bij studenten in het hbo en wo ligt dat aandeel aanzienlijk hoger: 54% woont niet meer bij de ouders. Dit percentage is ongeveer gelijk aan vorig jaar.

Voor studenten die nog thuis wonen is dat lang niet altijd een bewuste voorkeur. Onder Nederlandse thuiswonende hbo- en wo-studenten noemt 44% de betaalbaarheid van woonruimte als belangrijkste reden om thuis te blijven wonen. Daarnaast noemt 19% het gebrek aan beschikbare woonruimte als belangrijkste reden. Slechts 21% geeft aan simpelweg geen behoefte te hebben om uit huis te gaan.

Het laat zien dat het woningtekort niet alleen zichtbaar is in wachtlijsten of zoekopdrachten. Een deel van de vraag komt simpelweg niet op de woningmarkt terecht, omdat studenten verwachten dat zij geen betaalbare kamer kunnen vinden.

Studenten betalen gemiddeld €590 per maand aan wonen

Betaalbaarheid blijft dan ook een belangrijk thema. Uit de enquête voor de monitor, waaraan circa 42.000 studenten van 41 hogescholen en universiteiten deelnamen, blijkt dat uitwonende studenten gemiddeld ongeveer €590 per maand aan woonlasten betalen. Daar staat gemiddeld een besteedbaar budget van ongeveer €1.340 per maand tegenover.

Het type woonruimte maakt daarbij veel verschil. Voor een kamer met gedeelde voorzieningen – het klassieke studentenhuis – bedragen de gemiddelde woonlasten ongeveer €540 per maand. Een meerkamerwoning kost gemiddeld ongeveer €855 per maand.

Juist kamers met gedeelde voorzieningen blijven daarmee belangrijk voor het betaalbare segment van de studentenwoningmarkt.

Particuliere studentenkamers blijven onder druk staan

Een ander belangrijk thema is de ontwikkeling van de particuliere verhuurmarkt. Particuliere verhuurders zijn nog altijd een zeer belangrijke aanbieder van studentenhuisvesting, maar hun aandeel neemt af.

Volgens de cijfers woont inmiddels ongeveer 45% van de uitwonende studenten bij een particuliere verhuurder, tegenover 52% twee jaar geleden. Woningcorporaties verzorgen samen ongeveer 36% van de studentenhuisvesting.

Daarmee blijft niet alleen het bouwen van nieuwe studentenwoningen belangrijk. Ook het behouden én beter benutten van bestaande woonruimte speelt een grote rol.

Steeds minder studenten wonen bij een particuliere verhuurder

En welke rol speelt hospitaverhuur?

Ook hospitaverhuur komt terug in de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Van de studenten die een kamer met gedeelde voorzieningen huren, woont momenteel 6% via hospitaverhuur.

Dat aandeel is nog relatief beperkt, maar hospitaverhuur is interessant omdat hiervoor geen nieuwe woning gebouwd hoeft te worden. Een bestaande, ongebruikte kamer kan direct worden toegevoegd aan de studentenwoningmarkt.

Het Rijk ziet die potentie eveneens. Naast nieuwbouw wordt daarom ingezet op het beter benutten van de bestaande woningvoorraad, onder andere door woningdelen en hospitaverhuur eenvoudiger te maken.

Studentenhuisvesting vraagt om meerdere oplossingen tegelijk

De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2026 laat zien dat er vooruitgang wordt geboekt. Er worden duizenden nieuwe woningen gebouwd, er liggen nieuwe bouwplannen klaar en het tekort neemt voorzichtig af.

Tegelijkertijd zijn 20.200 ontbrekende woonplekken nog altijd een aanzienlijk tekort. Bovendien blijven betaalbaarheid en beschikbaarheid bepalend voor de vraag of studenten daadwerkelijk uit huis kunnen gaan.

De oplossing zal daarom waarschijnlijk niet uit één maatregel komen. Nieuwbouw blijft noodzakelijk, maar ook het behoud van bestaande kamers, woningdelen en het beter benutten van kamers die nu leegstaan kunnen bijdragen aan een toegankelijkere studentenwoningmarkt.

Heb je een kamer over?

Heb je thuis een kamer over en overweeg je deze aan een student of andere woningzoekende te verhuren? Via Hospi Housing kun je veilig en eenvoudig ontdekken wat er in jouw situatie mogelijk is. Aanmelden is vrijblijvend; ons team helpt je graag verder met de mogelijkheden rondom hospitaverhuur.